In het onderwijs is de kwaliteitswet in werking getreden. Alle scholen moeten aan bepaalde eisen voldoen. Een van die eisen is het samenstellen van een schoolgids en een schoolplan.
Het begrip “onderwijskwaliteit” zegt niets over de manier waarop een school aan kwaliteit werkt. Het zegt ook niets over wat een school met de gegevens doet of gaat doen. Spreken over kwaliteit is daarom alleen maar zinvol als er naast discussie over kwaliteit (wat willen we samen en waarom willen we dat?) over kwaliteitszorg gesproken wordt. (hoe willen we dat bereiken en hoe weten we dat we het bereikt hebben en hoe houden we ons niveau vast)
Kwaliteitszorg voor het onderwijs kunnen we omschrijven als:
Het proces waarin de school haar doelstellingen bepaalt, de doelstellingen weet te realiseren en de kwaliteit ervan weet te handhaven.
A. Leerlingvolgsysteem
Elk kind is er een. Wij proberen elk kind die aandacht te geven die het nodig heeft. Dat betekent dat er verschillen kunnen zijn en wij willen daar ook mee omgaan. Er wordt extra aandacht besteed aan kinderen met leer- of gedragsproblemen en kinderen die meer dan gemiddeld begaafd zijn.
We observeren en hanteren een leerlingvolgsysteem voor sociale competenties en voor leervakken.
De toetsen op leergebied die we afnemen zijn ontwikkeld door de CITO-groep.
Bij al deze toetsen is er een landelijk vastgestelde normering. Daardoor wordt het mogelijk om uw kind te vergelijken met:
- zichzelf (bv. leest het kind meer woorden dan bij de vorige test)
- de andere kinderen in de groep
- een landelijke normgroep (hoe brengt het kind het eraf wanneer het vergeleken wordt met andere kinderen van dezelfde leeftijd).
Om de vaardigheid van een kind te bepalen, wordt het aantal goede antwoorden dat een kind scoort omgezet in een vaardigheidsscore.
Deze vaardigheidsscores zijn ingedeeld in vijf niveaus:
A goed (± 25 % hoogst scorende leerlingen)
B voldoende tot ruim voldoende (± 25 % boven het landelijk gemiddelde)
C matig (± 25 % onder het landelijk gemiddelde)
D matig tot onvoldoende (± 15 % onder het landelijk gemiddelde)
E onvoldoende (± 10 % laagst scorende leerlingen)
Bij de rapporten spelen de CITO-toetsen wel een rol, maar de observaties door de leerkrachten en de resultaten van de toetsen behorend bij de methodes zijn zeker zo belangrijk.
In groep 1/2 worden de volgende toetsen afgenomen:
Rekenen voor kleuters
Bij de ontwikkeling van het voorbereidend rekenen besteden we aandacht aan de rekenaspecten getalbegrip, meten en meetkunde. Getalbegrip gaat over het herkennen van verschillende functies van getallen in de dagelijkse werkelijkheid en het ordenen, tellen en schatten van kleine hoeveelheden. Meten is het vaststellen hoe groot, dik, lang iets is. Je meet omtrek, inhoud en gewicht als eigenschap van iets of iemand. Meetkunde gaat over het begrijpen van ruimte. Dat gaat van de werkelijke ruimte om het kind heen tot het oriënteren, construeren en opereren met vormen en figuren. De toets rekenen voor kleuters toets:
- Getalbegrip: omgaan met de telrij, omgaan met hoeveelheden, omgaan met getallen;
- Meten: lengte en omtrek, inhoud, gewicht, tijd;
- Meetkunde: oriënteren en lokaliseren, construeren, opereren met vormen en figuren.
Taal voor kleuters
De taalontwikkeling en het leren lezen zijn belangrijke doelstellingen van het basisonderwijs. Hoe beter de taal ontwikkeld is, hoe gemakkelijker het kind de techniek van het leren lezen zal beheersen. Aan beide aspecten moet veel aandacht besteed worden. Daarom is het belangrijk de taalontwikkeling en de ontluikende geletterdheid van ieder individueel kind te volgen. Bij het volgen van de taalontwikkeling richten we ons dan op taalaspecten als woordenschat en het begrijpen van verhaaltjes, versjes en opdrachten. Bij het volgen van de ontluikende geletterdheid denken we aan gerichtheid op de geschreven taal, maar ook op de gerichtheid van vorm en klank van woorden en letters. De toets taal voor kleuters toetst:
· De passieve woordenschat en het kritisch luisteren;
· Vaardigheden m.b.t. het leren lezen zoals: klank en rijm, auditieve synthese, begrippen zoals o.a. letter- woord- zin, eerste- laatste.
Om de ontwikkeling van de ontluikende en beginnende geletterdheid goed te volgen wordt in groep 2 in januari en juni de screening beginnende geletterdheid afgenomen. De kinderen worden getoetst op auditieve synthese (het aan elkaar plakken van los gesproken klanken tot een woord) en het herkennen en benoemen van letters.
In de groepen 3 t/m 8 worden toetsen afgenomen met betrekking tot technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, leeswoordenschat en rekenen.
Drie minuten toets (DMT)
Een goede technische leesvaardigheid is een essentiële voorwaarde voor begrijpend lezen. Bij de drie minuten toets ligt de nadruk op de snelheid waarmee leerlingen afzonderlijke woorden kunnen verklanken. Met de DMT kunnen wij in groep 3 t/m 8 vaststellen hoe goed uw kind woorden van uiteenlopende moeilijkheidsgraad kan verklanken, of anders gezegd, hoe goed uw kind is in technisch lezen. Met dit instrument kunnen wij de vorderingen van de leerlingen over meerdere leerjaren vaststellen.
De AVI-toetskaarten Het doel van de AVI-toetskaarten is het technisch leesniveau van de kinderen vast te stellen. De AVI-toets betaat meerdere kaarten, één voor elk niveau. Van de AVI-toets is een A-versie en een B-versie beschikbaar. Elke kaart bevat een tekst die een afgerond verhaal vormt. De tijd die de kinderen nodig hebben voor het lezen van dat verhaal en het aantal fouten dat ze lezen, bepalen samen het AVI-niveau. De AVI-toets wordt het eerst afgenomen midden groep 3 of eerder indien de vorderingen van uw kind daar aanleiding toe geven. Daarna wordt de AVI-toets afgenomen tot niveau Avi plus bereikt is.
Begrijpend lezen
Om de betekenis van een tekst te begrijpen moeten kinderen niet alleen de betekenis van de woorden en zinnen kennen, maar ook de samenhang tussen zinnen doorzien. De scores van de leerlingen op de toetsen geven aan hoe goed zij datgene wat ze in de lessen begrijpend lezen geleerd hebben, beheersen en kunnen toepassen. Dit alles in andere en voor hen soms nieuwe situaties, met andere dan de gebruikelijke tekstsoorten en andere dan de gebruikelijke vraagvormen.
(Lees)woordenschat
Aan de basis van alle taalvaardigheden ligt de woordenschat. Woorden en hun betekenis staan centraal bij het lezen, het luisteren, het schrijven en spreken. Tevens is de woordenschat een belangrijk element voor het verwerven van nieuwe informatie en de informatieverwerking bij begrijpend en studerend lezen.
Spelling
De spelling van woorden is een technisch aspect (het aanleren van de juiste schrijfwijze van het Nederlands) van de schrijfvaardigheid. De ontwikkeling van deze vaardigheid bij leerlingen van groep 3 t/m 8 wordt door deze toetsen systematisch en nauwkeurig gevolgd. Vanaf eind groep 7 wordt ook de spelling van werkwoorden op deze manier getoetst.
Toets Rekenen – Wiskunde (rekenen)
De toetsen van rekenen zijn zo samengesteld dat wij de rekenprestaties, die we op verschillende momenten hebben verzameld, met elkaar kunnen vergelijken. De volgende onderdelen kunnen aan bod komen:
Getallen en bewerkingen;
Meten, tijd en geld.
Entreetoets
Voor leerlingen van groep 7 hanteren we in het voorjaar de CITO entreetoets. Deze toets beperkt zich tot de onderdelen rekenen, taal en informatieverwerking. De toets is geen soort examen maar een tussenbalans op grond waarvan gedurende het resterende deel van groep 7 en groep 8 extra aandacht wordt besteed aan die onderdelen van de toets waar de leerling problemen mee had. Over de resultaten van deze toets wordt u als ouder schriftelijk geïnformeerd.
Eindtoets
In groep 8 volgt uiteindelijk de CITO eindtoets. Over deze toets wordt u als ouder in de maand december geïnformeerd middels een informatieavond.
Aan het einde van ieder schooljaar krijgt u, tezamen met het derde rapport, een CITO-resultaten overzicht van uw kind.
Wilt u uitgebreidere informatie over de inhoud van de bovengenoemde toetsen dan kunt u contact opnemen met de directie of juffrouw Paula Brekelmans.
B. Dyslexieprotocol
Het protocol leesproblemen en dyslexie is bedoeld om leerkrachten in het basisonderwijs een houvast te geven bij het vroegtijdig onderkennen en aanpakken van leesproblemen. Uit onderzoek is bekend dat hoe eerder leesproblemen kunnen worden opgespoord, hoe groter de kans is dat hulp succes heeft. Door uit te gaan van een protocol waarin volgens vastomlijnde kaders wordt gewerkt, kan de aanpak van leesproblemen op een controleerbare en efficiënte wijze gebeuren.
De ziektekostenverzekering vergoedt onderzoek en behandeling van kinderen met ernstige dyslexie-problemen.
C. Aandacht voor de begeleiding
Het team van onze school wordt zowel in- als extern begeleid. Voor de interne begeleiding werken de directie en de icl-er/ ib-er zeer nauw samen. Zij proberen aandacht te geven aan de onderwijsinhoudelijke veranderingen in onze school. Zij werken nauw samen met Fontys Fydes; adviseurs in opvoeding en onderwijs en Coreducatie. Voor elk schooljaar wordt een begeleidingsplan opgesteld.
D. Dossiervorming
Van elke leerling van onze school wordt een dossier bijgehouden. Het dossier van de leerling valt onder de wet persoonsregistratie ter bescherming van de privacy. De dossiers van een kind zijn voor de betrokken ouder op school ter inzage.
E. Individuele aandacht
Op onze school zitten ongeveer 270 leerlingen. Hoewel deze leerlingen in groepen zijn geplaatst, wil dat nog niet zeggen dat ze alleen als groep worden gezien. Wij vinden het belangrijk dat ieder kind wordt gezien als individu en gerespecteerd wordt. Dit betekent dat we willen proberen zorg op maat te geven. Leidraad bij het onderwijsleerproces is het schoolplan, waarin staat welke leerstof in welke groep wordt aangeboden en op welke manier dat mogelijk is. Toch kan het betekenen dat een kind bepaalde leerstof (nog) niet aankan of juist zo snel leert, dat sneller door de leerstof heen gaan gewenst is. Dit zou kunnen blijken op verschillende manieren:
Op grond van observaties van de groepsleerkracht bij de diverse toetsmomenten door het schooljaar, waarbij de gegevens in het leerlingvolgsysteem worden opgenomen en de resultaten te laag zijn of alleen maar hoog zijn. In dit soort situaties wordt de leerling doorgesproken met de icl-er/ ib-er van de school. Er volgt een hulp/adviesgesprek en daarna wordt een plan van aanpak gemaakt, wat opgenomen wordt in het groepsplan of in een OPP ( ontwikkelingsperspectief), dat opgesteld wordt door de leerkracht en de icl-er/ ib-er. Dit houdt concreet in dat er gedurende een bepaalde tijd / periode een aparte leerlijn gemaakt wordt voor één leerling. Deze aparte leerlijn kan gericht zijn op extra ondersteuning of herhaling, maar ook op verdieping of verrijking. (In de paragrafen F en G van dit hoofdstuk leest u meer over kinderen die meer dan de basisstof aan kunnen).
De individuele hulp wordt door de leerkracht gegeven tijdens de schooltijden, vooral tijdens de momenten van zelfstandig werken. Soms komt het voor dat de rt-er deze taak verricht buiten de groep. U weet als ouder van deze extra hulp. Na verloop van tijd wordt deze extra hulp geëvalueerd en bekeken of de leerling weer het klassikale werktempo overneemt, of dat verdere hulp noodzakelijk is. In de bovenbouwgroepen kan het voorkomen dat extra hulp geboden wordt via een huiswerkopdracht.
Als we dan na enige tijd niet de noodzakelijke oplossing kunnen aanreiken dan volgen we het volgende schema:
- De ouders worden op de hoogte gesteld door de groepsleerkracht en de icl-er/ ib-er tijdens een daarvoor geregeld gesprek;
- Aan hen wordt een voorstel gedaan over een vervolgprocedure, er wordt gevraagd of de leerling gespreksonderwerp mag zijn op een spreekuur met Fontys Fydes.;
- De resultaten van het spreekuur kunnen een aantal vervolgstappen inhouden:
het kan inhouden dat de icl-er een pedagogisch-didactisch onderzoek (pdo) doet bij het kind,
of dat de begeleider van Fontys Fydes wordt gevraagd een observatie te doen in de groep,
of een onderzoek naar intelligentie en/of schoolvorderingen te doen;
Als de ouder ermee instemt volgt een van deze aangeduide mogelijkheden;
Verslag van de observatie en/of psychologische test wordt met de ouders doorgesproken;
er wordt een plan van aanpak gemaakt;
De vorderingen van kinderen die een onderzoek hebben gehad worden (zo lang als dat nodig is) steeds opnieuw besproken in het spreekuur van Fontys Fydes.
Ook is er een mogelijkheid gekomen om binnen de kaders van “weer samen naar school” de hulp in te roepen van de Zorg Advies Groep (ZAG)
In het ZAG zitten een voorzitter, orthopedagoog/ psycholoog , een schoolmaatschappelijk werkende en een interne begeleider vanuit het speciaal onderwijs. Het is een vorm van overleg waarbinnen onderwijs- en hulpverleningsinstanties samenwerken. Het ZAG is in eerste instantie bedoeld voor de scholen die een hulp- adviesvraag hebben m.b.t. extra zorg voor een bepaalde leerling (en).
Als een leerling besproken wordt in het ZAG zal er altijd toestemming van de ouders nodig zijn om het ZAG inzage te geven in het dossier van het kind. Het ZAG kan, indien gewenst, specialistische hulp aanbieden / inschakelen vanuit een eigen budget of verwijzen naar de PCL of externe hulpverleningsinstantie.
Ook kunnen de school en de ouders advies vragen bij de diverse REC’s; REC Zeon ( cluster 2)
en REC Brabant ( cluster 3 en 4)
In alle gevallen wordt u als ouder erbij betrokken. We willen graag in alle openheid en wederzijds vertrouwen handelen in het belang van de kinderen.
Soms komt het voor dat plaatsing in het speciale (basis)onderwijs nodig is. Er wordt dan een verzoek ingediend bij de permanente commissie leerlingzorg (PCL). Deze commissie beslist op een aanvraag voor toelating. U krijgt e.v. een toelatingsbeschikking. Met deze beschikking kunt u naar een speciale (basis)school. Mocht u het niet eens zijn met de beschikking, dan kunt u binnen 6 weken bezwaar aantekenen. Tegen de beslissing van de PCL kan ook nog bij de rechter beroep worden aangetekend.
F. Overgang naar een andere groep
Algemeen
Er zijn geen wettelijke regels of richtlijnen voor het wel of niet over laten gaan van een leerling naar een volgende groep. Als ouder kunt u wel uw wensen kenbaar maken, maar de school neemt de uiteindelijke beslissing. De school heeft hierin haar eigen verantwoordelijkheid. Als u het niet eens bent met de beslissing om uw kind wel of niet over te laten gaan, kunt u volgens de klachtenprocedure van de school bezwaar maken. De school moet zorgen voor een ononderbroken ontwikkeling van uw kind en rekening houden met de voortgang van uw kind.
Als er duidelijk sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong, doordat het kind duidelijk aangeeft dat het lesprogramma niet aansluit bij zijn interesses en onwikkeling, kan een klas overslaan een goede optie zijn. Versnellen betekent in de regel wel dat het kind jong in het voortgezet onderwijs terecht zal komen. De keuze voor versnellen wordt hier en nu gemaakt, maar heeft consequenties voor de toekomst. Versnellen alleen is geen optie, er moet ook sprake zijn van verrijken en verdiepen vanwege de mogelijkheid dat na een half jaar (of eerder) de leering aan een volgende versnelling toe is. Het komt dus voor dat kinderen een klas overslaan, wij doen dat echter niet zomaar.
In geval van ‘zittenblijven’ wordt dit alleen gedaan als de leerresultaten en ontwikkeling opvallend achterblijven. Hierbij spelen niet alleen de toetsscores een rol, ook andere zaken zoals: Is het kind faalangstig, heeft het weinig zelfvertrouwen, is het nog erg jong, speels of vaak ziek? Om een goede beslissing te kunnen nemen, wordt ten alle tijden met u als ouders/verzorgers overlegd. Hoewel objectieve criteria voor het wel of niet overgaan naar een andere groep moeilijk te geven zijn, volgt hieronder hoe wij bij ons op school in dit kader handelen.
Specifiek voor de Blokkendoos
Versnellen.
Als een kind zich, op alle gebieden, zowel op sociaal emotioneel als ook op cognitief gebied veel sneller ontwikkelt dan je op grond van zijn/haar leeftijd zou mogen verwachten en de verrijking en verdieping die we bieden, geen oplossing biedt, kan er besloten worden het kind eerder naar een hogere groep te laten gaan, mits dit kind ook sociaal-emotioneel past binnen deze groep.
Eventueel versnellen lijkt het best te passen voor leerlingen van groep 3 en 4. Bespreekpunt met ouders is ook altijd:wat betekent het voor het kind op lange termijn. Mocht er eventueel door alle partijen gedacht worden aan versnellen wordt er eerst doorgetoetst (CITO toetsen), vervolgens wordt de leerling ingebracht in de leerlingbespreking met de orthopedagoog van Fontys Fydes, deze brengt advies uit.
Vertragen.
Vertragen komt alleen voor bij kinderen van de kleutergroepen. Als het kind op grond van de leeftijd in principe naar groep 3 zou mogen, maar er qua ontwikkeling (cognitief en sociaal-emotioneel,) nog niet (helemaal) aan toe is, blijft het langer in de kleutergroep, het betreft leerlingen die voor 1 januari 5 worden.
Het observatie-instrument ‘KIJK’ geeft aan hoe de ontwikkeling van een kind verloopt, als er op meerdere gebieden achterstanden van een half jaar zijn kan het reden zijn om over te gaan tot vertragen.
Doubleren.
Een kind in groep 3 t/m 7, dat in de loop van het schooljaar zover achter is geraakt met de leerstof dat het niet naar de volgende groep kan, doubleert. Ook kunnen er sociaal-emotionele factoren zijn, om een doublure te overwegen. Het blijft dan in dezelfde jaargroep. Er moet dan wel reden zijn om aan te nemen, dat het kind in dat schooljaar de ontstane achterstand inloopt.
Doubleren in de bovenbouw moet duidelijk toegevoegde waarde hebben en is afhankelijk van individuele omstandigheden. Doubleren houdt niet automatisch in dat een kind de hele leerstof weer moet overdoen. Er wordt zorgvuldig besproken waar deze leerling behoefte aan heeften er wordt een plan van aanpak opgesteld. Als de leerkracht en de IB/ICL er van mening zijn dat het voor de
ontwikkeling van een kind beter is om een bepaalde groep nogmaals te doen, vindt er overleg plaats tussen ouders, leerkracht(en) en IB/ICL er. De argumentatie en mening van de ouders/verzorgers wordt in de afweging van het al dan niet doubleren meegewogen. De eindverantwoording ligt bij de directie van de school, die in overleg met de leerkracht en de ICL’er/ IB’er, de uiteindelijke beslissing neemt. De directie bepaalt de groepsindeling en de plaatsing van leerlingen en draagt hierin ook de eindverantwoording.
G. Aandacht voor leerlingen met een meer dan gemiddelde begaafdheid
Om zeker niet de indruk te wekken dat wij alleen aandacht schenken aan de leerlingen met een zorgvraag, willen wij hier nadrukkelijk vermelden dat de leerling met meer dan gemiddelde begaafdheid ook onze zorg behoeft. Dat hij/zij zich in eigen tempo moet kunnen ontwikkelen, dat hij/zij verdieping en uitdaging kan vinden op die momenten waar zijn/haar medeleerlingen wat meer tijd nodig hebben voor de basisstof.
Voor deze leerlingen is bij het rekenonderwijs het compacten ingevoerd. In hoofdstuk 5, punt E. Gedifferentieerde instructie, gaan we hier verder op in.)
H. Extern onderzoek
Soms komt het voor dat de school op basis van de eigen gegevens niet in voldoende mate kan bepalen welk onderwijsaanbod voor het kind nodig is. Op zo’n moment kan de school besluiten dat een extern onderzoek nodig is teneinde wel de benodigde infomatie voorhanden te krijgen. Uiteraard gebeurt dat alleen in overleg en met instemming van de ouders. Voor het uitvoeren van dat soort onderzoeken heeft de school slechts een beperkt budget. Het is dus zaak om zorgvuldig met de middelen om te springen en alleen die onderzoeken uit te voeren die absoluut noodzakelijk geacht worden. Als de school het nodig acht een onderzoek uit te laten voeren zijn de kosten daarvan ook voor rekening van de school. Als de ouders aandringen op een onderzoek zonder dat de school daarvoor de noodzaak ziet dan zijn de kosten voor rekening van de ouders.
I. Externe hulp aan leerlingen
Alle leerlingen volgen als uitgangspunt het op school geldende lesrooster. Indien op enig moment de inzet van extern deskundigen ten behoeve van de begeleiding van of zorgverlening aan leerlingen gewenst blijkt te zijn en dit alleen onder schooltijd te realiseren is, bestaat daartoe onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid. De directie van de school stelt u het voor Leerrijk! geldende beleid ter zake desgevraagd ter beschikking. Kinderen die in verband met ernstige dyslexie (vergoeding door ziektenkostenverzekering) extern begeleid worden, krijgen hiervoor 30 minuten verlof aan het eind van de ochtend of middag.
J. Weer samen naar school
Elke basisschool in Nederland is aangesloten bij een WSNS-samenwerkingsverband (Weer Samen Naar School). Uw kind zit op een basisschool in de regio van het samenwerkingsverband “Over Maas en Duin” (35 basisscholen en 3 speciale basisscholen). Alle directeuren binnen het swv hebben regelmatig overleg en iedere school heeft een Interne Begeleider (I.B’er) aangesteld die ook deelneemt aan een netwerk op samenwerkingsverbandniveau.
Het SWV streeft ernaar de zorg, opvangmogelijkheden en expertise in de basisscholen zodanig te vergroten, dat minder kinderen doorverwezen hoeven te worden naar de speciale school voor basisonderwijs (SBO) os Speciaal Onderwijs (SO). De extra zorg zal zoveel mogelijk aangeboden worden binnen de eigen basisschool.
De scholen binnen het swv hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor alle kinderen en werken intensief samen om zoveel mogelijk af te stemmen op de onderwijsbehoefte van ieder kind. De scholen ontvangen waar nodig vanuit het SWV steun en begeleiding van gespecialiseerde collega's.
Op samenwerkingsniveau is een ZAG (zorgadviesgroep) werkzaam: De school kan, na overleg met de ouders / verzorgers beslissen om de signalen rondom een kind samen met een aantal deskundigen op het gebied van onderwijs en opvoeding te bespreken. De school vraagt aan het ZAG advies over hoe de school het beste kan handelen. Ouders moeten ermee instemmen dat gegevens van hun kind (het leerling-dossier) worden voorgelegd. Zowel de school als de ouders kunnen bij de zitting van het ZAG uitgenodigd worden. Als men bij de zitting aanwezig is geweest, ontvangt men een verslag.
Mogelijk kent het ZAG ambulante begeleiding toe: de school krijgt dan tijdelijk begeleiding van een deskundige die de school ondersteunt en adviseert bij het vergroten van de afstemmingsmogelijkheden op school.
De basisschool doet er alles aan om leerlingen die extra zorg nodig hebben zo goed en zo lang mogelijk, met extra ondersteuning, op de eigen school te helpen en te begeleiden. Lukt dit niet, dan moet er naar andere oplossingen gezocht worden. Er zijn kinderen die een meer specifieke begeleiding nodig hebben en zich beter kunnen ontwikkelen op een speciale basisschool (SBO). Op een speciale basisschool werken gespecialiseerde leerkrachten.
Om uw kind aan te kunnen melden bij een SBO school heeft u een PCL- beschikking nodig. PCL staat voor : Permanente Commissie Leerlingenzorg. De PCL bestaat uit 3 personen die geen directe binding met de scholen hebben dus volstrekt onafhankelijk zijn.
De ouders vragen schriftelijk een beslissing aan de PCL of hun kind toegelaten kan worden op een SBO-school en geven toestemming tot nader onderzoek en informatieverzameling. Hierbij worden ze ondersteund door de I.B.’er van de eigen school. De PCL vraagt vervolgens aan de basisschool om het onderwijskundig rapport en alle relevante bijlagen.
In de beschikking die de PCL na zorgvuldig overleg en aan de hand van criteria geeft, staat of uw kind wel of niet 'toelaatbaar is' voor een speciale school voor basisonderwijs. Er staat een motivatie bij en soms ook een advies. Verder kunt u lezen wat u kunt doen wanneer u het niet eens bent met de beslissing. U kunt dan bezwaar en beroep aantekenen.
Het samenwerkingsverband “Over Maas en Duin” heeft drie speciale scholen voor basisonderwijs.
Soms kan een kind zich beter ontwikkelen op een school voor Speciaal Onderwijs (zeer specialistisch onderwijs). We spreken dan over scholen die onderdeel zijn van een Regionaal Expertise Centrum (REC) en over een REC-plaatsing. Hierover kan de school u verder informeren.
Het huidige kabinet heeft plannen om de bestaande samenwerkingsverbanden per 1 augustus 2012 op te heffen. Daarvoor in de plaats komen grotere samenwerkingsverbanden. Die samenwerkingsverbanden worden verantwoordelijk voor plaatsing van leerlingen op het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. De PCL wordt afgeschaft, de indicatie gaat heel anders verlopen. Er is echter nog heel veel onduidelijkheid over. In de loop van het schooljaar 2011-2012 verneemt u daar meer over.
De directeuren hebben regelmatig overleg en iedere school heeft een Interne Coördinator Leerlingenzorg (ICL-er) en /of een Interne Begeleider (IB-er) aangesteld die deelneemt aan een netwerk op WSNS niveau. Bij ons op school zijn dat juffrouw Paula Brekelmans en juffrouw Stephanie Zijlmans. Juffrouw Paula is op dinsdag, donderdag en een aantal maandagen op school aanwezig. Juffrouw Stephanie is op dinsdagmiddag vrijgeroosterd voor IB-taken.
De taken van juffrouw Paula Brekelmans, in samenwerking met juffrouw Stephanie Zijlmans, zijn:
- afspraken m.b.t. de leerlingenzorg bewaken
- gesprekken met de groepsleerkrachten over de zorgkinderen voeren
- dossiers van zorgleerlingen beheren
- oudergesprekken voeren, samen met de groepsleerkrachten
- contacten onderhouden met speciale basisscholen
- samen met groepsleerkrachten programma’s opstellen voor zorgkinderen
- Pedagogisch Diagnostisch Onderzoek afnemen
K. Leerlinggebonden Financiering (het rugzakje)
Het kan voorkomen, dat een kind ten gevolge van een stoornis of handicap der mate specifieke zorg vraagt, dat de mogelijkheden van het samenwerkingsverband te kort schieten. In dat geval biedt mogelijk de Regeling Leerlinggebonden Financiering uitkomst. Deze wet, die in het schooljaar 2003 – 2004 van start is gegaan, wordt ook wel aangeduid als de ‘Rugzakwet’. (Met de invoering van de wet Passend onderwijs 2012, zal dit in de toekomst gaan veranderen).
De Rugzak is bedoeld om ouders meer vrijheid te geven in de keuze tussen regulier en speciaal onderwijs voor hun kind. Voordat deze keuze kan worden gemaakt, moet eerst duidelijk zijn of het kind voor deze regeling in aanmerking komt. Daartoe moeten ouders een verzoek indienen bij de onafhankelijke Commissie voor Indicatiestelling (CvI). Deze commissie beoordeelt op grond van landelijke criteria of een kind toelaatbaar is tot een speciale basisschool dan wel voor leerlinggebonden financiering. Zo'n commissie put daarvoor onder meer uit bestaande medische dossiers over het betreffende kind en uit een onderwijskundig rapport als uw kind al op school zit.
Wanneer het kind een zogenaamde ‘indicatie’ krijgt, kunnen de ouders vervolgens een keuze maken tussen een reguliere en speciale school. Het is belangrijk dat ouders samen met een reguliere of speciale school tot een juiste keuze komen die in het belang is van het kind. Beslist de commissie dat een kind niet toelaatbaar is, dan blijft het op de 'gewone' school of gaat het eventueel naar een speciale school voor basisonderwijs.
Als het kind met een Rugzak naar een reguliere school gaat, gaan de extra middelen die voor een kind met een handicap of stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, als het ware in een rugzakje mee. Overigens krijgen ouders die middelen niet zelf in handen. Die zijn bestemd voor de school, om samen met de deskundigen van de speciale school de zorg te kunnen bieden die het kind nodig heeft. Als een reguliere school instemt met plaatsing, dan maakt de school vervolgens een handelingsplan. Dit gebeurt in overleg met de ouders en de speciale school die de begeleiding gaat verzorgen. In het plan staat wat men wil bereiken in het onderwijs aan de leerling en op welke manier de rugzakmiddelen zullen worden ingezet.
Ouders kunnen ook kiezen voor een speciale school. Dit zijn scholen die hun onderwijs afstemmen op de handicap of stoornis van een kind. Zo zijn er speciale scholen voor blinde kinderen, voor dove kinderen of voor kinderen met een verstandelijke of lichamelijke handicap. Ook zijn er speciale scholen voor kinderen met ernstige leer- of gedragsproblemen. Deze scholen werken samen in zogenaamde REC’s: regionale expertisecentra. Hun deskundigheid en kwaliteit zetten ze in voor álle kinderen met een specifieke stoornis of handicap, of ze nu op de reguliere of de speciale school zitten.
Het REC kan ouders helpen bij het maken van een keuze. Daarna gaan ze een gesprek aan met een school, regulier of speciaal. In dit gesprek geeft de school aan welke mogelijkheden er zijn om het kind onderwijs te bieden. Ouders vertellen wat zij verwachten van de school. Een reguliere school mag een kind alleen weigeren als er geldige redenen voor zijn. Als ouders het gevoel hebben dat de school geen goed onderwijs kan bieden aan hun kind, is het niet in hun belang en dat van hun kind om toelating af te dwingen. Een speciale school mag een leerling niet weigeren op grond van de aard van de handicap.
Wilt u meer weten?
· Informeer dan eerst bij de school waar uw kind nu naartoe gaat.
· Ook kunt u over de situatie in Midden Brabant informatie opvragen bij het secretariaat van REC-Midden Brabant: Tel.: 013-5398940. E-mail: secretariaat@recmiddenbrabant.nl
· Voor algemene informatie kunt u bellen naar Publieksvoorlichting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: tel 079- 323 3270 (op werkdagen van 9.00-12.30 uur en van 13.30-16.00 uur).
· Ook kunt u informatie krijgen op het internet, onder andere via www.oudersenrugzak.nl, www.recmiddenbrabant.nl of www.leerlinggebondenfinanciering.nl.
L. Stappenplan aanmelding leerling met een verstandelijke of lichamelijke beperking
Voor onze stichting Leerrijk! hebben we een stappenplan afgesproken voor de aanmelding en toelating van leerlingen met een handicap. Hieronder vindt u een weergave van het stappenplan voor onze school.
Dit stappenplan gaat uit van de situatie dat het bewuste kind nog niet op de reguliere basisschool zit.
Stap 1 De ouders/verzorgers melden hun kind aan bij de basisschool.
Stap 2 De directeur/adjunct-directeur voert samen met de ICL-er een intakegesprek met de ouders, waarbij de volgende zaken centraal staan:
· reden van verzoek plaatsing
· beschrijving van hun kind
· uitleg over de procedure die binnen de reguliere basisschool wordt gevolgd en de rechten en plichten van de ouders/verzorgers.
· De ouders worden gevraagd de volgende documenten te overleggen met de reguliere basisschool:
· de beschikking van de Commissie van Indicatiestelling
· eventuele toewijzing Persoons Gebonden Budget
· onderwijskundig rapport en de bijlagen
Stap 3 Het team van de reguliere basisschool bestudeert de informatie en geeft antwoord op
de volgende vragen:
· Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van het kind?
· Welke kennis en vaardigheden zijn op de school aanwezig?
· Kan de school facilitair aan de behoefte van het kind voldoen ( bijv. een aangepast toilet)
· Welke zaken blijven onbeantwoord?
Het team toetst dit concrete verzoek aan het algemeen schoolbeleid ten aanzien van de toelating of afwijzing van kinderen met een handicap. Vervolgens formuleert het team een besluit.
Stap 4a (Bij een positief besluit)
De directeur/adjunct-directeur van de reguliere basisschool en de ICL-er voeren een gesprek met de ouders waarbij de volgende zaken centraal staan:
· de school staat positief t.o.v. plaatsing van de leerling op school
· de school wenst overleg met de ambulante begeleider van het REC t.b.v. het opstellen van handelingsplannen en de inzet van de leerlinggebonden financiering (LGF)
Stap 4b (Bij een negatief besluit)
De directeur/adjunct-directeur en de ICL-er voeren een gesprek met de ouders waarbij de volgende zaken centraal staan:
· de school staat negatief t.o.v. plaatsing van de leerling op school
· de school beargumenteert de onmogelijkheden
· de school wijst de ouders op beroepsmogelijkheden bij het bevoegd gezag.
· de school zegt de ouders toe de inhoud tot het besluit schriftelijk mede te delen
· afspraken worden gemaakt m.b.t. het retourneren van de aangereikte dossiergegevens
Stap 5 De ICL-er en de groepsleerkracht(en) voeren een overleg met de ambulante begeleider
van het Regionaal Expertise Centrum (REC) waarin aan de orde komen:
· opstelling handelingsplan conform de geldende richtlijnen
· afspraken over de mogelijkheden van ambulante begeleiding
· afspraken over de eventuele inzet van middelen uit het leerlingdepot (bijv. ondersteunende leer- en hulpmiddelen)
· afspraken over de inzet van een Persoonsgebonden Budget (PGB) (indien van toepassing)
Stap 6a De ICL-er van de reguliere basisschool nodigt de ouders uit voor een gesprek met de ICL-er en de groepsleerkracht(en) waarin het handelingsplan wordt toegelicht.
Stap 6b Indien de ouders niet akkoord gaan met het handelingsplan dan wordt dit, in overleg, bijgesteld of treed stap 4b in werking.
Stap 7a De directeur/adjunct-directeur en de ICL-er voeren met de ouders een gesprek om de
uitvoering van de plaatsing te bespreken. Hierbij is de groepsleerkracht aanwezig. In
het gesprek wordt er aandacht besteed aan:
· wanneer het kind kan komen
· in welke groep het kind wordt geplaatst en bij welke leerkracht
· de frequentie van de evaluatiebesprekingen (minimaal 2 keer per jaar) en wie daarbij aanwezig zullen zijn
· wie binnen de school het aanspreekpunt is voor de ouders
· het regelen van extra faciliteiten (bijv. aanpassingen gebouwen)
· het regelen van de middelen leerlingdepot
· de inzet van het PGB, indien van toepassing
· eventuele andere praktische zaken als het halen en brengen van de leerling
De school legt de afspraken vast en stuurt deze in tweevoud toe aan de ouders met het verzoek één exemplaar voor akkoord getekend te retourneren.
Stap 7b Indien de school en de ouders niet tot overeenstemming komen ten aanzien van de uitvoering van de plaatsing treedt stap 4b in werking.
Stap 8 De ICL-er maakt een leerlingdossier aan en bewaakt de uitvoering van de gemaakte afspraken.
M. Jonge risico leerlingen
Ook voor jongere kinderen is er speciale aandacht in de school. Door extra ondersteuning proberen we zeer tijdig te onderkennen of er bedreigingen ontstaan in de ontwikkeling van het kind. We kunnen met eventuele plaatsing naar de afdeling jonge risicokinderen van de Anton Pieckschool optimale hulp verlenen.
N. Rapportage
Bij de leerlingen van de groepen 1-2 wordt in 10-minuten gesprekken gerapporteerd over de voortgang in hun ontwikkeling met behulp van een observatielijst (KIJK! Groep 1-2). Ook de resultaten van de CITO-toets worden besproken. De leerlingen van de groep 3 t/m 7 krijgen driemaal per schooljaar een rapport, waarin de leerkracht mededelingen doet over de voortgang van de prestaties van elk kind. Alle ouders worden drie maal per jaar uitgenodigd voor een 10-minuten gesprek. Dit schooljaar krijgt u op de volgende data het rapport:
18 november 2011
9 maart 2012
27 juni 2012
Voor de kinderen van groep 8 is er in de maanden januari/februari een adviesgesprek over de overgang naar het voortgezet onderwijs. Hierbij staat het onderwijskundig rapport, dat door de groepsleerkracht opgesteld is, centraal. Ook bij verhuizingen krijgt u een onderwijskundig rapport mee.
Bij elk rapport worden de ouders uitgenodigd voor een 10-minutengesprek met de leerkracht. De rapporten gaan meestal op vrijdag mee naar huis. Op maandag en woensdag hieraan volgend zijn de 10-minutengesprekken gepland. In het tussenliggende weekend kunt u in alle rust de rapporten en de toetsmap van de kinderen bekijken.
We gebruiken op onze rapporten geen cijfers, maar woordaanduidingen (goed, voldoende, matig, onvoldoende) en teksten.
Uitgangspunt bij het maken van het rapport is de kinderen een stimulans te geven om de nieuwe periode vol enthousiasme te beginnen. In de groepen 3, 4 en 5 is de opmerking achter het hoofdje bedoeld voor het kind. In groep 6, 7 en 8 staat bij elk onderdeel een beoordeling eventueel aangevuld met een toelichting.
Het kan voorkomen dat een kind heel veel extra hulp en uitleg nodig heeft, leesproblemen of dyslexie heeft, moeite heeft met rekenen, etc. Het is niet motiverend en eerlijk als er voor die onderdelen steeds een slechte beoordeling gegeven zou worden. Om ervoor te zorgen dat ook voor deze kinderen het rapport een stimulans is om door te gaan, kan het voorkomen dat er een beoordeling met een * (sterretje) gegeven wordt. Op de rapportavond wordt deze beoordeling toegelicht.
Belangrijke opmerkingen over uw kind, zowel over de prestaties als ook het gedrag, die niet op het rapport vermeld staan, worden met u tijdens het oudergesprek besproken en aangetekend op de interne afsprakenlijst van uw kind.
Ondanks alle goede overlegmomenten tussen de school en ouders kan het toch gebeuren dat ouders en school het niet helemaal eens zijn over de voortgang van een kind. Bijvoorbeeld: De school adviseert, onderbouwd met goede argumenten, dat het kind beter een jaar kan doubleren in dezelfde groep, maar de ouders wensen dat hun kind doorgaat naar de volgende groep. In dit geval ligt de eindverantwoording bij de directie van de school, die in overleg met de leerkracht en de ICL’er/IB’er de uiteindelijke beslissing neemt.
O. Informatieplicht scholen bij gescheiden ouders
Er zijn kinderen bij ons op school, waarvan de ouders niet bij elkaar leven. Wij vinden het belangrijk om beide ouders goed te informeren over de ontwikkeling van hun kind of kinderen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat beide ouders zelf hun verschillende adressen kenbaar maken aan de directeur.
Aan beide ouders wordt dan de volgende informatie verstrekt: de schoolgids, het rapport en de uitnodiging voor de ouderavonden. Deze informatie wordt in tweevoud meegegeven. Als één van de ouders dit anders wil, kan hij of zij contact opnemen met de directeur. Hierbij wordt aangetekend, dat voor een ouderavond beide ouders worden uitgenodigd voor een gezamenlijk gesprek. Alleen in bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken. Het originele rapport wordt altijd aan het kind verstrekt en het kind krijgt twee kopieën mee als ouders niet meer op één adres wonen.
Alle overige informatie wordt aan het kind in enkelvoud meegegeven. Op verzoek wordt de overige informatie ook aan de ouder verstrekt waar het kind op dat moment niet woont.
Een verzoek om gegevens over het kind te verstrekken aan derden wordt altijd aan beide ouders gedaan.
Wij vinden dat het belang van het kind het beste is gediend, wanneer de school buiten de strijd van de ouders blijft en uitvoering geeft aan de wet en regelgeving t.a.v. informatieverstrekking aan gescheiden ouders. Men mag van de school verwachten dat zij zich neutraal opstelt en beide ouders in principe in gelijke mate van informatie voorziet.
Uitzonderingen op de plicht tot informatieverstrekking:
-indien een rechterlijke beschikking kan worden getoond waarin het recht op informatie is beperkt.
-in gevallen dat de informatie in verband met het beroepsgeheim ook niet aan de andere ouder wordt verstrekt.
-als de informatieverstrekking niet in het belang van het kind is (in dit geval zal de school zwaarwegende argumenten moeten hanteren om informatie te weigeren).
De ouder(s) kan/kunnen dit laatste laten toetsen door een klachtencommissie of rechter.
Gescheiden ouders kunnen via onze website overigens altijd op de hoogte blijven van activiteiten, informatiebulletin en ook schoolfoto’s.
P. Overgang naar voortgezet onderwijs
De keuze die u als ouder met uw zoon/dochter moet maken wanneer de aanmelding voor het voortgezet onderwijs voor de deur staat, is niet eenvoudig. Bovendien speelt dit al vroeg in de achtste groep, omdat de scholen voor voortgezet onderwijs de aanmeldingen al in de maand maart van het schooljaar willen hebben.
Een aantal gegevens spelen bij deze keuze een rol:
Advies basisschool
De advisering van de basisschool is van groot belang, omdat wij los van de vorderingen van uw kind ook het totale functioneren van de leerling onderkennen. Vooral aspecten als doorzettingsvermogen, inzet, motivatie en interesse komen naar voren. U krijgt een schriftelijke weergave van het ingevulde onderwijskundig rapport mee.
CITO eindtoets
Deze toets wordt dit jaar nog afgenomen in de maand februari. Er wordt bij deze toets gekeken naar de beheersingsgraad op het gebied van rekenen, taal, informatieverwerking en wereldoriëntatie. U krijgt t.z.t. van het Centraal instituut voor toetsontwikkeling te Arnhem voorinformatie (ouderfolder) en de uitslag.
Evt. psychologisch onderzoek
Wij spreken liever van een schoolkeuzeonderzoek. Dit onderzoek kan eventueel aan het begin van het laatste schooljaar worden aangevraagd. U krijgt hiervan bericht. De leerlingen die deelnemen aan zo’n onderzoek krijgen in november of december een toets en de uitslag wordt u schriftelijk medegedeeld.
Met deze 2 of 3 gegevens maken we samen met u een afweging wat een goede keuze van voortgezet onderwijs kan zijn.
De eindgesprekken (leerkracht groep 8, ICL-er/directeur/adjunct-directeur en u als ouders) vinden plaats in februari en/of maart. Daarna volgt de aanmelding bij het voortgezet onderwijs. U ontvangt voor dit gesprek een uitnodiging van de groepsleerkracht.
Na bijna 8 jaar willen we met een eindgesprek met de ouders samen bespreken welke richting de leerling het beste past. De ervaringen van de afgelopen jaren en gesprekken met het voortgezet onderwijs hebben geleerd dat de adviezen van de basisschool zeer betrouwbaar zijn. Een indicatie van het niveau van de schoolverlaters van de afgelopen jaren laat zien dat de Blokkendoos ruim boven het landelijk gemiddelde scoort. De gemiddelde standaardscores van CITO zitten tegen het niveau van HAVO aan. De schoolscore bevindt zich landelijk tussen de 500 en 550. Hieronder vindt u een tabel met daarin het overzicht van de gemiddelde toetsscore van de afgelopen jaren en de score van De Blokkendoos verder uitgesplitst in een gemiddeld percentage goed gemaakte opgaven per onderdeel.
|
|
gemiddelde toetsscore
|
taal
|
rekenen-wiskunde
|
studievaardigheden
|
wereldoriëntatie
|
|
2006
|
537,4
|
77 %
|
74 %
|
77 %
|
71 %
|
|
2007
|
534,6
|
74%
|
70%
|
69%
|
67%
|
|
2008
|
535,2
|
74%
|
73%
|
72%
|
71%
|
|
2009
|
533
|
74%
|
68%
|
67%
|
66%
|
|
2010
|
535.2
|
77%
|
67%
|
78%
|
69%
|
|
2011
|
539.8
|
81%
|
79%
|
78%
|
76%
|
Natuurlijk bepalen de ouders in overleg met hun eigen kind de keuze van de school van voortgezet onderwijs. De CITO eindtoets speelt hierin toch een grote rol in verband met de toelating.
Q. Buitenschoolse opvang
Per 1 augustus 2007 zijn de basisscholen wettelijk verplicht kinderopvang aan te bieden. De Blokkendoos heeft voor deze opvang een contract gesloten met Stichting KinderCentra Midden– Brabant (SKCMB). Deze stichting regelt de kinderopvang in Loon op Zand. De voorschoolse opvang vindt plaats op de Vlinderboom, onder verantwoording van leidsters van SKCMB. De Tussenschoolse Opvang wordt op school georganiseerd door Stichting Tussenschoolse Opvang Midden-Brabant (STOMB), zij zijn een onderdeel van SKCMB. De naschoolse opvang is verdeeld over twee locaties. De kinderen van de groepen 1 t/m 4 maken gebruik van de naschoolse opvang op De Blokkendoos. De kinderen van de groepen 5 t/m 8 maken voor de naschoolse opvang gebruik van de locatie aan de Gerlachusstraat (KUBUS). Kinderen die gebruik maken van de naschoolse opvang aan de Gerlachusstraat worden per taxi van school naar de opvang vervoerd. De overdracht van de kinderen van school naar de naschoolse opvang valt onder de verantwoording van de ouders/ verzorgers.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met SKCMB via telefoonnummer 0416-365574.
R. Klachtenregeling
Overal waar mensen samenwerken, kan iets fout lopen. Ook op een school. Klachten m.b.t. het klassengebeuren dient u in eerste instantie met de betrokken leerkracht te bespreken. Ook kunt u spreken met de Interne Vertrouwens Contact Persoon, (ICP) bij ons op school Paula Brekelmans en Ingrid Stokkermans. Indien geen oplossing gevonden wordt, kunt u zich richten tot de directie. Mocht dit ook geen bevredigende oplossing bieden, dan kunt u zich wenden tot het bestuur. Ook is er een vertrouwenscontactpersoon op bestuursniveau: mevr. Irma van Hezewijk, bereikbaar via tel. 0877-873 888 ( Fontys Fydes: vragen naar Irma van Hezewijk).
Het model klachtenregeling van Stichting KOMM is voor onze school vastgelegd. Hierin is de procedure opgenomen die gevolgd kan worden als er een klacht is ten aanzien van machtsmisbruik op school, seksuele intimidatie, ernstige vormen van pesten, discriminatie, racisme, agressie en lichamelijk geweld en overige klachten. De Stichting KOMM is een onafhankelijke regionale klachtencommissie.
Zowel de interne als de externe vertrouwenscontactpersoon hebben geheimhoudingsplicht. Dat betekent dat er alleen met uw toestemming aan anderen informatie gegeven mag worden.
Wat doet de externe vertrouwenspersoon nog meer dan de interne vertrouwenspersoon? Zo nodig bemiddelen; nader informatie geven over de klachtenprocedure; adviseren en ondersteunen bij het indienen van een klacht bij de stichting KOMM en politie; bijstand geven tijdens de procedure en zo nodig verwijzen naar professionele hulpverlening.
Wanneer u van mening bent dat uw klacht niet opgelost is, verwijzen wij u naar de inhoud van de klachtenregeling waarvan de volledige tekst ter inzage ligt op school en bij het bestuur. Deze klachtenregeling is in overeenstemming met de landelijke door besturen en vakorganisaties vastgestelde klachtenregeling.
S. Gedragscode
Op school bestaat een gedragscode. Daarin is verwoord hoe we verwachten dat kinderen met elkaar, kinderen met leerkrachten en leerkrachten met kinderen, omgaan. Deze afgesproken regels komen gedurende het schooljaar ter sprake in klassengesprekjes, individuele gesprekjes, etc. en worden niet alleen besproken als er iets speelt in de klas. Daarnaast maakt iedere groep aan het begin van het schooljaar groepsafspraken. Deze kunnen per groep verschillend zijn. De vastgestelde schoolregels krijgen elk gedurende een periode in het schooljaar centraal de aandacht.
T. Belevingsonderzoek
Om te weten wat ouders van de school vinden, om te achterhalen waar u accenten wilt leggen, om het onderwijs op de Blokkendoos up to date te houden willen wij graag de mening van u als ouder horen. Daarom vraagt het schoolbestuur u eens in de vier jaar om uw eigen mening. Het laatste onderzoek (van Beekveld en Terpstra) heeft plaatsgevonden in 2006-2007. Uit dit onderzoek kunnen wij het volgende concluderen:
De ouders, maar ook de kinderen zijn gemiddeld tot bovengemiddeld tevreden over de Blokkendoos. Ouders gaven ons als cijfer een 7,7. Een score die 0,4 hoger ligt dan het landelijk gemiddelde!! De kinderen gaven de Blokkendoos een 8,6!
Natuurlijk zijn er verbeterpunten. Items die bij ouders minder scoren liggen in de communicatieve sfeer en ook het sanitair scoort minder.
Een greep uit een aantal zaken uit het onderzoek die door ouders als goed beoordeeld werden, zijn o.a. de sfeer op school, contacten met de leerkracht, de manier waarop u te woord gestaan wo rdt, het feit dat kinderen zich veilig voelen op school, een heldere, duidelijke nieuwsbrief en het feit dat we kinderen leren samenwerken.
De kinderen waren positief over de sfeer op school, het feit dat leerkrachten zich aan afspraken houden, het toezicht tijdens het overblijven, de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, de bereikbaarheid van school en de gezellige klassen, gebouw en plein.
Voor het komende schooljaar worden de mogelijkheden onderzocht om het onderzoek te herhalen.
U. Hoe handelen bij ziekte op school, medicijngebruik en medische handelingen?
Leerkrachten worden op onze school soms geconfronteerd met kinderen die klagen over pijn die meestal met eenvoudige middelen te verhelpen is, zoals: hoofdpijn, buikpijn, oorpijn of pijn ten gevolge van een insectenbeet.
Ook krijgen leerkrachten soms het verzoek om kinderen de door een arts voorgeschreven medicijnen toe te dienen of een medische handeling uit te voeren.
Met het oog op de gezondheid van de kinderen, maar ook in verband met aansprakelijkheid, is het van groot belang dat in dergelijke situaties zorgvuldig wordt gehandeld. Vandaar dat er op alle scholen van Leerrijk! een protocol wordt gehanteerd hoe er met zieke kinderen wordt omgegaan en onder welke voorwaarden eventuele medicatie toegediend of een medische handeling uitgevoerd wordt.
Er worden hierbij drie situaties onderscheiden:
1. Het kind wordt ziek op school. Uitgangspunt is dat een kind dat ziek wordt naar huis gaat en dat zonder overleg met de ouder(s)/verzorger(s) of een arts geen medicijnen worden verstrekt. In geval van ziekte zal er altijd contact opgenomen worden met u als ouder(s)/verzorger(s) om te overleggen wat er moet gebeuren: Is er iemand thuis om het kind op te vangen en kan het kind gehaald worden? Uw kind gaat nooit onder schooltijd zonder begeleiding door een volwassene naar huis!
2. Kinderen krijgen soms medicijnen voorgeschreven die zij tijdens de schooluren moeten gebruiken. Te denken valst aan pufjes tegen astma, medicatie voor ADHD/ADD en antibiotica. In dit geval is het van belang dat uw toestemming voor het verstrekken van medicijnen schriftelijk wordt vastgelegd, maar ook om welke medicijnen het gaat, hoe vaak, welke hoeveelheid en op welke wijze. Onjuist gebruik kan immers leiden tot schade aan de gezondheid.
3. Het is van groot belang dat een langdurig ziek kind of een kind met een bepaalde handicap zoveel mogelijk naar school gaat. Het kind heeft contact met leeftijdgenootjes, neemt deel aan het normale leven van een schoolkind en wordt daardoor niet de hele dag herinnerd aan zijn handicap of ziek zijn. Toch is niet altijd mogelijk op school de noodzakelijke medische handelingen uit te voeren omdat er bijvoorbeeld niet altijd een zich bekwaam voelende en/of bevoegd verklaarde leerkracht aanwezig is. De school heeft daarbij wel een zorgplicht en zal dan samen met de ouder(s)/verzorger(s) naar een oplossing zoeken.
V. Onderwijs aan zieke kinderen
Indien een leerling langere tijd ziek is, blijft de school verantwoordelijk voor de voortzetting van het onderwijsprogramma. Voor leerlingen die langere tijd ziek zijn, kan de school daarbij ondersteuning vragen bij Fontys Fydes; Adviseurs in Opvoeding en Opvoeding. Zo spoedig mogelijk nadat een zieke leerling is aangemeld, maakt de consulent onderwijs zieke leerlingen van Fontys Fydes afspraken met de school over de manier waarop de ondersteuning vorm krijgt. Naast de onderwijsondersteuning kan de consulent onderwijs zieke leerlingen op verzoek voorlichting geven over de mogelijke consequenties van ziektebeelden voor de onderwijsloopbaan en –prestaties.
Zowel leerlingen die ziek thuisverblijven als leerlingen die in het ziekenhuis liggen en van wie de prognose is dat ze drie weken of langer ziek blijven, kunnen in aanmerking komen voor onderwijsondersteuning door Fontys Fydes; Adviseurs in Opvoeding en Opvoeding. Als het in het belang van de leerling is, kan hij / zij in aanmerking komen voor onderwijsondersteuning als de ziekteduur korter is dan drie weken.
U kunt als ouder/verzorger niet rechtstreeks contact opnemen met Fontys Fydes; adviseurs in Opvoeding en Opvoeding. De aanmelding van een zieke leerling dient altijd door de school te gebeuren. Indien uw kind ziek is, kunt u de schoolleiding er wel op wijzen, dat u het belangrijk vindt, dat uw zoon / dochter onderwijsondersteuning krijgt.
De ondersteuning van het onderwijs aan zieke leerlingen brengt voor de school en de ouders geen extra kosten met zich mee.
Wilt u meer informatie over het onderwijs aan zieke leerlingen, dan kunt u contact opnemen met de schoolleiding.
W. School en veiligheid
Jaarlijks vinden er op de Nederlandse basisscholen ca. 18.000 ongelukken plaats waarvoor de slachtoffers moeten worden behandeld op een spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis. Het is dus zaak om het risico van een ongeval zoveel mogelijk te beperken. Als basisschool werken we aan een leeromgeving waarbinnen uw kind veilig kan verblijven. Hierbij gaat onze aandacht in eerste instantie uit naar de fysieke veiligheid.
Als we kijken naar de op landelijk niveau meest voorkomende ongelukken, en we plaatsen deze in een top 5, dan zien we het volgende beeld:
1. Het vallen op het schoolplein
2. Het vallen van een speeltoestel
3. Zich stoten tegen meubilair of muur
4. Een ongeval met een gymtoestel
5. Het botsen van spelende kinderen
Nu is het zo dat uit een eerder integraal schoolonderzoek onder ouders en leerlingen, blijkt dat we een veilige schoolomgeving bieden en dat we de laatste jaren onveilige situaties veilig gemaakt hebben. Toch is ieder ongeluk er één te veel! Vandaar voor het punt veiligheid ook aandacht in deze schoolgids. Hieronder een beschrijving van de actuele situatie op onze school.
Controle van school en schoolplein.
Zowel incidenteel als jaarlijks wordt de school en haar directe omgeving op veiligheid gecontroleerd. Als we spreken over incidenteel bedoelen we dat er maatregelen genomen worden n.a.v. signalen die ons via personeel, ouders, leerlingen en direct omwonenden bereiken. Ieder signaal wordt serieus genomen, gevaarlijke situaties worden bekeken en, indien mogelijk, direct aangepakt. Indien nodig worden hierbij externen ingeschakeld als gemeente, WML of wijkagent.
Jaarlijks wordt de school aan de hand van een controlelijst gecontroleerd. Eventuele verbeterpunten worden in een planning opgenomen en aangepakt. Urgente problemen pakken we direct aan.
Ten slotte wordt eenmaal per 4 jaar, in samenwerking met de Arbo-dienst, een risico-inventarisatie en evaluatie uitgevoerd. Aanbevelingen hieruit worden opgenomen in een plan van aanpak. Hierbij wordt met name gezocht in de richting van praktische oplossingen.
Huisregels.
Om het veilig gebruik van het schoolgebouw te optimaliseren kent de school een aantal huisregels die ook in deze schoolgids worden verwoord. Hiervoor verwijzen wij u graag door naar het volgende hoofdstuk “enkele regels voor onze kinderen”. Deze regels moeten door iedereen die op onze school leert en werkt worden gekend. De leerkrachten bespreken de regels ook met de leerlingen.
Het ontruimingsplan.
Onze school beschikt over een goed werkend ontruimingsplan dat jaarlijk wordt geoefend en geëvalueerd. Op De Blokkendoos weten personeel en leerlingen wat er van hen verwacht wordt in geval van brand of een calamiteit.
Ongevalregistratie.
Op De Blokkendoos worden ongelukken en bijna-ongelukken schriftelijk gerapporteerd aan de directie. De directie van de school verzamelt de meldingen en bekijkt de oorzaken van ongevallen. Deze informatie wordt gebruikt om lering uit te trekken en te anticiperen op de toekomst.
Naar de toekomst toe:
Hoewel het met de veiligheid op onze school goed gesteld is, zijn we er nog niet. We gaan in het nabije schooljaar met MR en OR in gesprek over de actuele veiligheidssituatie van onze school en de schoolomgeving. Steeds zullen we nagaan of we t.a.v. de veiligheid op onze school op de goede weg zitten, zullen we verbeterpunten vaststellen en zorgdragen voor een haalbare en betaalbare planning en uitvoering. Meneer Joop in samenwerking met meneer Theo zetten zich hiervoor in.
X. Regels m.b.t. het vervoer van kinderen
Aangezien de school nogal eens een beroep op ouders doet om kinderen te vervoeren willen we hier nog een aantal regels over het vervoer van onze leerlingen duidelijk maken. Dit ter bescherming van het kind dat vervoerd wordt, maar ook ter bescherming van de ouders die kinderen vervoeren.
De wet:
In de auto: De basisregel is dat alle kinderen kleiner dan 1,35 meter met een maximaal gewicht van 36 kilo zowel voorin als achterin een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger moeten gebruiken. Anderen moeten de veiligheidsgordel gebruiken.
Aanvullende regelgeving:
Op de plaats waar een airbag zit, mogen geen kinderen vervoerd worden in een autostoeltje dat tegen de rijrichting in moet worden geplaatst, tenzij de airbag is uitgeschakeld.
Een driepuntsgordel als heupgordel gebruiken, mag niet meer. Ook gordelgeleiders mogen niet gebruikt worden, behalve voor kinderen die kleiner zijn dan 1,50 meter voor wie geen zittingverhoger te krijgen is omdat ze te zwaar (>36 kilo) zijn. De gordelgeleider moet goed door het oog kunnen bewegen. Er mogen niet meer passagiers vervoerd worden dan er gordels beschikbaar zijn!
In bussen moeten passagiers ouder dan 3 jaar de gordel gebruiken. Kinderen tot 3 jaar mogen los vervoerd worden. Voor stads- en streekvervoer gelden andere regels.
Laadruimte van de auto: het is verboden personen te vervoeren in de laadruimte van de auto.
Aanvullende afspraken:
Vervoer niet meer kinderen dan er gordels op de achterbank aanwezig zijn;
gebruik altijd de autogordels.
De kinderen moeten dus altijd de autogordel dragen.
Nuttige tips:
Maak de volgende afspraken met de kinderen die u moet vervoeren:
Ze mogen pas in- en uitstappen als dat door u gezegd wordt;
Ze moeten van de ramen en deuren afblijven. Maak gebruik van de meestal aanwezige kindersloten.
Y. Internet op school
De kinderen kunnen op school gebruik maken van internet. Het daadwerkelijk gebruik maken voor educatieve doeleinden gebeurt vanaf groep 3. Wij maken o.a. gebruik van Surfsleutel en Kennisnet. Deze heeft een eigen Nederlandstalige zoekmachine, die kinderen in principe leidt naar Nederlandse sites die geselecteerd zijn, waardoor zaken als racistische uitingen en pornografie niet zomaar benaderd kunnen worden. Kinderen kunnen echter ook andere zoekmachines gebruiken of rechtstreeks naar een bepaalde site surfen.
Kinderen loggen in onder hun “bouwnaam” , kunnen dingen opslaan in die map en alles is zodoende gemakkelijk te controleren door de leerkracht of de systeembeheerder. Andere mogelijkheden van opslaan of installeren zijn er niet, omdat daarvoor geen rechten zijn toegekend.
Op onze school hanteren wij de “GOUDEN INTERNETREGELS VOOR KINDEREN (INTERNET PROTOCOL)”
- Ik mag alleen mijn voornaam gebruiken. Ik geef anderen geen persoonlijke gegevens zoals mijn adres, mijn telefoonnummer, mijn emailadres of het adres van mijn ouders, vriendjes of andere bekenden.
- Ik ga meteen naar mijn leraar of mijn ouders als ik op Internet hele vervelende informatie tegenkom.
- Ik zal nooit toestemming geven aan iemand, die ik op Internet ben tegengekomen in het echt te ontmoeten.
- Ik zal “Internet - personen“ geen foto’s van mezelf toesturen, behalve als mijn ouders en mijn leraar hier toestemming voor hebben gegeven.
- Ik ga niet reageren op gemene, valse, vervelende berichten. Het is immers niet mijn schuld dat sommige mensen zich niet weten te gedragen. Als het hele gemene dingen zijn, waarschuw ik mijn leraar of mijn ouders, die dan contact opnemen met de politie.
- Als ik een e -mailbericht ontvang van een persoon die ik niet ken, meld ik dit aan mijn leraar.
- Ik ben me ervan bewust dat ik via Internet voor de gek gehouden kan worden. Er zijn mensen die erop uit zijn misbruik van me te maken of me pijn willen doen.
- Ik bespreek van tevoren met mijn leraar wat ik op Internet wil gaan doen.
- Ik leg nooit contacten met iemand zonder toestemming van mijn leraar.
- Ik weet dat er sancties zullen volgen als ik sites bekijk die niet door de beugel kunnen. Mocht ik daar toevallig op terecht komen dan meld ik dat meteen.